Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nacht in een dronkenmansroes, en morgen óp tegen de Spanjolen !.... Zoo, uur na uur het doel altijd nieuw....

't Eerst nu zoeken naar dien doode.... Hij springt aan land en heeft niet noodig te zoeken, want 'n veertig voetstappen vóór hem ligt de doode in het maanlicht, tusschen twee vrouwen, die bij hem neerknielen, maar nu schrikken van zijn verschijnen en ontdaan oprijzend hem afwachten.... „Wat moet dat?" roept de vaandrig barsch; ,-,is 't niet genoeg dat raven en honden op 'n lijk azen?" In 't naderen ziet hij dat het Boecop niet is, die daar ligt, en ook, dat de vrouwen, de eené oud, de andere een meisje, een dwale hebben, een bak met water naast zich, een schop en spade

„We zijn gekomen, om hem te begraven en waschten z'n gezicht en z'n wonden," zegt de oude, en reeds geruster hem in de oplichtende oogen ziende: „we hebben hem bedekt met z'n kleeren en z'n handen ineengelegd."

De vaandrig kijkt zwijgend op haar en het lijk neer.

„U ziet aan z'n kleed dat het een Jezuïet is. Maar umoet daarom niet denken, dat wij papisten zijn."

„Voor mijn part papisten!"

„We zijn zoo goed als u en heel Caub van de nieuwé religie. We zijn straks ook met al 't volk komen toeloopen om de Spinolanen te zien en den Jezuïet. De anderen hebben hen opgejaagd als wilde beesten. De vrouwen brachten ze naar 't Caubsche gevangenkot. Maar behalve hem schoten ze nog zes van de mannen dood. Hem troffen de kogels in borst en buik. Maar zonder te vallen zonk hij op z'n kniën. Ze bespuwden hem, beukten met hun geweerkolven op z'n hoofd, scheurden hem de kleeren van 't hjf en begonnen hem toen hals en rug te kerven met hun zwaarden. Maar geen klacht over z'n lippen. Hij bad: „Treed niet in 't gericht met

Sluiten