Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'n Leidsch advocaat, die geen advocaatis," zegt de vaandrig op zijn beurt vorschend.

,,'n Jezuïet als hij, die daar ligt. En dat is m'n trots!"

„Verraadt hem niet!" mompelt de vaandrig tor, de twee Caubsche vrouwen. Maar die schudden het hoofd. „We bidden dezelfde gebeden tot den éénen God."

„Martelaars mochten wij niet zijn! Mijn vriend, de kanunnik, en deze novice uit mijn klooster hebben met mij boven onder de wingerd-dreven geschuild. Onder dat beschuttend bladerdak voelden we ons al biddend veilig als onder den Wijnstok, waaruit op aarde en in den hemel eeuwig de Wijn der genade zal vloeien."

„Het wordt nu tijd," breekt de vaandrig de stilte, die viel na toe Boecop's belijdenis.... „Niemand mag ons hier zien."

„Ja, neem hem op." En de twee gezellen leggen den doode op den mantel en vouwen dien dicht. Dan dragen ze hem, achter toe Boecop, die voorgaat en met gedempte stem zingt: In paradisum deducantteAngeli. De vaandrig volgt met ontbloot hoofd, en schuw komen de vrouwen hein na, de handen samen. Ze zijn op het schip. De drie priesters dalen met den doode in 't vooronder. De vrouwen blijven achteraf op het dek.. De vaandrig staat bij 't open luik, en toe Boecop's stem klinkt naar hem op: „God, door wiens erbarming de zielen der geloovigen rusten, gewaardig U dit graf te zegenen en plaats daarbij Uw heiligen Engel als wachter." — De vaandrig doet een stap weg van het luik. Hij wil dat bidden niet hooren. Nog en weer 'n stap.... Hij kan 't niet hooren, want hij zou.... wat? bezwijken, en op z'n knieën zinken ?.... En dan ? Zich overgeven aan een macht zonder naam, maar die hem voorgoed z'n heerlijke vrijheid zou nemen.... Hij wil niet. Over de verschansing leunend,

Sluiten