Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja maar, de tijd van dekloosters is voorbij, kind. Je moet van Karei hooren wat een pronk in Den Haag en Amsterdam, kleeren en huisraad op z'n rijkst en prachtigst. De Franschê mode alleen is niet meer genoeg, daar loopt Engelsen en Spaansch doorheen. In de huizen wordt het kostbaarste verzameld wat de andere naties en Indië leveren."

„Alleen de kerken bloot en leeg."

„Om er den Heer te kunnen dienen in Geest en Waarheid," praat vrouwe Catharina, die niet méér weet van haar nieuwe religie, dan wat er van Fenne's uitspraken in haar geheugen bleef zwerven.

„Den Heer dienen uit geheel ons hart, heel onze ziel en al onze krachten. Daar is geest en waarheid bij, maar ook . al wat onze handen en gedachten kunnen. Was 't gebleven als toen er kathedralen gebouwd werden om den Heer te dienen." „Alle vleesch had zijn weg bedorven."

„Ja. De loutering moest komen en is gekomen. Maar in plaats van toen den Heer nieuwe kerken te bouwen, banden ze Hem uit Zijn eigen huis"

„Kindlief, we moeten liever over die dingen niet praten

% zou je te veel opwinden.... 'k Ben altijd nog bang na je ziekte"

„Och moeder, tegen u.... Bij Fenne, die altijd weer zelf er over begint, zwijg ik. Maar u hebt nog te veel eerbied voor het oude geloof, u hebt't niet aanhoudend over superstitie en afgoderij en den broodgod en pop Maaiken, zooals ze mijn Mariabeeld noemt, God vergeve het haar!"

„Wat zal,ik je zeggen? Hoor ik Fenne, dan moet ik haar wel gehjk geven. Maar ik denk soms ook: was ik in m'n jeugd en later niet aldoor verstoken geweest van alles, wat de oude eeredienst kon geven! We hoorden er onder Jan

Sluiten