Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga ik hooren, wat ik kom vragen? Is vader De Reyser op komst?"

„Geduld — tot de twee bij 't vuur zullen opstaan Je gaat vanmiddag nog iets goeds beleven. - Heb je dat voorgevoeld ? Wonder is % hoe het eene geluk het andere meebrengt Nu jou weer.... We hebben hier jarenlang vereenzaamd gezeten - echt in balhngschap.... Zie je aan moeder, hoe gelukkig zij ook is met haar gast ?.... Anne van Steenbergen

wasvanjongsafhaarvriendin.maarnaAnne'shuwehjkmetden protestant zijn ze vervreemd. Sinds z'n dood is ze in 't leege Arnhemsche huis, in haar doelloos leven, langzaam tot het geloof teruggekomen. Vader de Reyser heeft er voor twee jaren t laatste toe bijgedragen.... Alles samen als 'n leiding van de Voorzienigheid naar wat nu gebeuren zal...." „Hoe meen je?"

„Binnenkort zul je 't hooren.... Ze zegt zelf overtuigd te zijn, dat God haar na al die jaren daarom hierheen bracht. En zoo is 't mij bij jouw onverwachte komst. Ik vraag me af, stuurt de Voorzienigheid je? Dan moest ik je niet meer laten gaan.... We zouden samen zooveel kunnen doen

Sofie is heel en al leven en beweging, terwijXze praat, jong en bhj. t StraWuit haar in Anna over. „Heerlijk, me zoo welkom te voelen," zegt die, en ontroerd zien ze' eikaars vluchtige tranen.

„Vertel nu eerst 'ns wat anders," praat Sofie de verteedering weg.... „over 't zusje. Ze is hef. Er komen hier nooit kinderen, dan 'n heel enkelen keer de Zwanenborgjes.... Heel de kamer ,s anders, nu zij daar zit en praat.... Ze lijkt op Fenne, he? Maar mooier, milder.... 'k Zag aanstonds wat 'n stralend reme oogen ze heeft, 'r voorhoofd straalt ook een kleine niadonna"

Sluiten