Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op als hij het zusje onredzaam maar zoo eerbiedig Auua ziet nadoen en diep op den grond knielen Weer zijn ze de laatsten.

• „Zou de pater in de sacristie zijn gebleven 1" vraagt Anna

sen k ZV ^ h00dsch*W™- ^ zoolang op >t zusje pasjTnog?» ^ ]aar ^ * °P de iacht »aar bazen' Weet

In de leege kapel brandt enkel nog de Godslamp en een toSel oï h ^ ^ mUUmiS naa«thetaltaarPrang "

S^eld Ze 16Taam HCht ^ °p de h^k, vóór

net beeld. Ze wil alles overdenken van de twee lange banee

jaren. Ze staart op het bleek gelaat van Maria, geZen naar den dooden Zoon op haar schoot. Weer komen haar tSen

oTd:^™

uen i^oode.... „O, gij allen die voorbijgaat lanes den

geoukt naar een bleeken droom.... Kén, niets meer op aarde dan de eene, haar leven nooit meer van 't zijne los-En hu doolt

die waarheid zeggen, - ?, andere hefheeft zooals zij hem....

opV^etT^ 1-t ze nogeens

hart wopH- w E mthetallerdiepstevanhaar

gShTm de „ P^en g ^ PiiD entranen' ^ bukt het gezicht in de handen en schokt in snikken.

staattltr 7 ^ °p w h°°fd- ze ziet °p- T<* Boecop staat tusschen haar en het beeld. „TJ het me roepen > » Verward krukt ze, en hij wijst haar naar den eenigeTbiecht stoel aan den zijwand. Ze knielt er en ziet vaagde sent

Sluiten