Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rit, alleen over den eenzamen" weg, terwijl de anderen in den wagen.... En hoe hef zou 't zijn geweest, als hij van de pleisterplaats met Sofie en Anna van Delen had kunnen voortwandelen door de lentelaan en de stadsche morgenstraten in. Goed.... hij zal op de stalpoort den knecht gaan wakker-trommelen, de schimmel moet gezadeld! Hij zal alles doen wat z'n vader wil.... zooals steeds.... Maar 't wondere in hem, dat nieuwe, is 't nu weg?

D □ □

Als Elbert de IJselbrug nadert, ziet hij nogeens om, de lange rechte laan af. Maar van den lyooschen wagen is altijd mets te bespeuren. Vóór hem ligt Zutfen met z'n torens veilig achter water en wallen. Elke torenspits, elke gevelpunt en daknok, hoog en laag, lijnt zich scherp in de doorzichtige morgenlucht. De stad lijkt één groote torenburcht vol geheimzinnig geluk, verdroomd in de klaarte. In het uitzien er naar vergeet Elbert de gemelijkheid, die z'n rit door het bosch en langs de weien bedierf. „Pinksteren!" licht het in hem op, en hij kijkt naar de roerlooze en toch levend schijnende torens, wacht of niet inelkeenklok zal gaan luiden, een zware hier, een hei-tinkelende daar, gebel en geklepel.... een blij gebeier in de tintelende helderheid.

De paardenhoeven klossen langzaam over de brug.... het hjkt hem, of hij ze zacht voelt dodijnen op haar rustige scheepjes, 'n Wit zeil stroomaf. 't Snelle water dat lichtend het hemelblauw weerglanst, een voortschietende roeiboot... 't stemt hem al blijder!.... Wat is er ook verloren! Alles is mooi en goed.... al het beloofde gaat komen! De feestdag! Straks zal hij met de anderen zijn, hun stemmen om hem bij z'n moeder veilig en tevreden, blij en jong naast de meisjes.... De stadspoort is open.-'n Paar marktboeren staan er en

IQ

Sluiten