Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de soldaten van de wacht. Hij springt af voor de herberg in de Marspoortstraat en vraagt stalling voor z'n paard. Dan loopt hij door tot de Berkelkade, en zoekt naar den Walburgistoren, om door achterstraten den weg te vinden naar toe Boecop's huis, op de Korenmarkt daar in de buurt. Hij is er gauw. 't Is een breed en hoog hoekhuis. De poortsteeg naar den Drogenapstoren loopt langs den zijgevel, 'n Statige arduinen stoep leidt 'naar de straatdeur, boven wier nis het edele Boecopsche blazoen in steen staat gebeiteld, 't Schild met het groote kruis heeft tot helmteeken twee open zwanevleugels, die een kleiner kruis vasthouden....

„De laatste Zutfensche toe Boecop eert z'n kruiswapen'* denkt Elbert, „en 't wapen wijdt het huis."

Behoedzaam stoot hij de ongesloten deur verder open. 't Eerst ziethij een werkman in linnen kiel, die geknield pleisterde aan de gangplinten en nu onderzoekend naar hem opkijkt, terwijl hij binnensmonds mompelt: „Geloofd zij Jezus Christus." Elbert begrijpt terstond en zegt het antwoord als parool van z'n paapschheid. — „Mis?" vraagt de metselaar, en als hij knikt en z'n naam noemt, heft de ander zich op en wijst hem de trap. „Tot het hoogste — en daar de deur aan het rechter-gangeinde." Elbert dempt z'n stap in 't khmmen, en nu hij eindelijk de aangeduide deur voorzichtig opent, staat hij verrast voor een kleine kapel met banken en een altaar. Maar aanstonds is hij opgenomen in het groepje, dat vlak bij den ingang op de aankomers schijnt te wachten. „Ha!" herkent toe Boecop hem — en zacht voegt hij erbij: „Isendoorn, dubbel welkom, als m'n misdienaar voor vanmorgen en als heraut, hopen we, van je famihe." En hij neemt hem mee naar het kleine hokje naast het altaar. „Met Pinksteren durfden we geen dienst doen — je heb wel gehoord

Sluiten