Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaart heer Marten uit. Hij schudt de gebalde omh en knarst de tanden samen. „Vervloekte ketters!"

„Marten!" smeekt vrouwe Margriet, „stil nu, stil"!

„De doode is zoo vlakbij, vader."

,,'t Is hun schuld! Zooals alles.... Heel 't ongeluk van den Cannenborg door hen! Wee, dit huis".... „Vader, in alles is toch Gods wil, ook nu". ,,En jij! Ik weet dat al. Straks ga je me zeggen: „Dit is het teeken, dat God geeft".... ik hoor 't al.... je wilt niet weg, he? Je blijft hier leuteren en lanterfanten. Laffe jongen zonder ruggemerg!.... Dat ééne geluk gun je me niet • • • • Maar je zult.... Ik wil, en je moet. Zij is zeker hier komen sterven, dat ik 't je zeggen zou eindehjk.... Ik heb zelf m n priesterroeping verloochend.... de Cannenborg en 't geslacht van de Isendoorns gingen me boven God. ik hoopte op den zoon, die 't voor mij verzoenen zou. Nee roep met.... kat me spreken.... Waanzin? Goed! 't woelde" al lang.... Al zoolang die andere zoon van me. Zie ie dat is nu 't geslacht van de Isendoorns .... hij en jij Maar nu dwing ik je .... de allerlaatste zal priester zijn.ï. Daam rijdt vooruit en ik morgen met je mee tot het einde van >het bosch.... AUes gebeurt, zooals we afspraken. En je komt nier met terug vóór je wijding.... Versta je?"

Vrouwe Margriet wenkt Elbert met hoofd en handen toe te geven, om den radeloozen man te bedaren. Maar Elbert tast naar z'n vaders armen en dwingt hem neer op z'n stoel hij ineens de sterkste, want heer Marten laat hem begaan gedwee als een kind. „Morgen, vader ,ja.... maar nu moeten we alleen aan haar denken."

Mi'^i-Ï^ ^ °nShuiS' aUeende dood'" en heer Marten's blik blijft m dien doffen wanhoopsschreeuw naar Elbert ge-

Sluiten