Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heven. Die slaat de armen om hem heen. En 't wordt stil. Vrouwe Margriet sluipt de kamer uit.

□ □ □

Als Elbert met z'n vader ook in de hal komt, is er in hem. na den storm een troost van stilte. Kaarsen branden naast het doodsbed. Er liggen jasmijnen als bruidsbloemen over haar witte lijkwa. Ze lijkt rustig en heel jong. De heihgeschijar"S nog om haar voorhoofd en om haar handen.

„We zullen de Completen bidden" zegt heer Marten na lang verzonken zien. Hij heeft z'n zelfbeheersching geheel herwonnen, en z'n stem lijkt onaangedaan. Kalm neemt hij de bel en laat die luiden als een helle klok. Of ze bp dit teeken wachtten, komen de dienaars en met hen volk uit Vaassen, moeder Simonz vooraan. En het wisselgebed omruischt de doode, die glimlachend schijnt te luisteren....

Om z'n tranen te bedwingen kijkt Elbert van haar weg, naar de gulden sterrevlam in de lantaarn. De jasmijngeur is om hem heen, herinnering aan den vroegen ochtend. Hij hoort Anna van hem het antwoord overnemen.... Diep en vast is haar stem, die zekerheid en rust imhem doet zinken.

„Laat ons even de Vogelhegge in gaan!" vraagt Sofie, als ze na 't bidden met hun drieën naar 't voorhuis dwalen. „Anna, Daam en ik zullen van middernacht tot drie uur doodewake houden.... Eerst je vader en mijn moeder, tot wij komen.... Na ons jij met de andere bedienden tot 's morgens," vertelt ze

„Wat is er toch aan 't gebeuren met ons?" vraagt Elbert, als ze, de brug over, het lispelend bosch tegemoetgaan. „Is't aldoor een droom ?.... Of loopen we hier waarlijk en ligt zij binnen dood?"

„De dood heeft zoo geen verschrikking," mijme^ Anna.

Sluiten