Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

jJENDRIK rijdt in *t midden en draagt Brunswijk's I I vaandel met den leeuwen de zes bloedroodeharten Vóór en achter hem de troep, die is aangegroeid met overloopers en rabauten uit de drie steden van hun eersten triomf met boeren mt de stiftdorpen, die ze in asch legden. Achteraan de tros: wagens vol buit uit lipstad, Paderborn en Soest; kudden koeien en schapen uit kloosters en hoeven.

Zes rijksdaalders soldij maandelijks betaalt hertog Christiaan van Brunswijk, en onder z'n huurlingen gaat het vertélsel.dat hij overal verborgen schatten vindt. Zeker heeft hij de macht soldaten bij tooverslag uit den grond te kloppen Met driehonderd hebben ze twee maanden geleden LipStad bi] escalade genomen, nu zijn ze met vijfmaal zooveel Toen waren ze om hertog Christiaan's vlottende gele vlag een troep bedelaars en de aanvoerders berooide baronnen en jonkers uit de goot. Zooals hij! Gelukzoekers allen Nü hebben ze vijfhonderd paarden, en zij twaalven: hertog, kolonels en kapiteins, hebben brieschende strijdhengsten, pistolen, kruitgordels en een schitterende rusting De troep heeft musketten en karabijnen, armspiesen, zijdgeweren, rondassen en hellebaarden uit de Lipstadsche arsenalen en de kartouw met dikke raderen van den Paderborner wal t Voetvolk draagt stormhoeden op de ruige koppen flonkerende borstkurassen over zijn bedelplunje. Flarden goudbrokaat van geroofde kloosterkazuifels klapperen aan de ansen der piekeniers, en over de bestapelde plunderwagens hggen kerkvanen en koorkappen tot dekkleed. Ze zijn riikt Voorop de zes keteltrommen uit Soest. Die roffelen de maat

Sluiten