Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

penons aan de lansen, een bosch van speren en hellebaarden er achter en de dreunende wagens.

Dreigend trekken ze op Munster aan, waar de kleine bezetting in angst door de vuren, wacht op den wal boven de gesloten poort.

Maar Christiaan rijdt vooruit met de elf en de vijfhonderd, en naast de legervaan waait de witte vlag. Ze vragen onderhandeling. Ze zullen in de stad mensch noch huis schaden, als Munster hem drie keer zooveel losprijs betaalt, als het jaargeld aan z'n bisschop opbrengt. Zoo niet, dan zullen ze de stad en heel den omtrek in brand steken, één groot vuur midden tusschenkleinevuren. Maar deMunsterschemagistraat komt, door wachten beschermd, en telt den losprijs toe. En Christiaan zegt grootmoedig tevreden te zijn, al is't de helft te weinig. Maar voor het tekort moet Munster hun z'n twaalf

Apostelen afstaan Want vooral om de Twaalf Apostelen

zijn ze gekomen....

Achter hem brieschen en stampvoeten de paarden, glinsteren bloedroode zonnegensters in den wemel van .wapens en helmen. De poort is open, de bezetting een handvol, de burgers bang voor de dolle benden. En als de hertog het paard omzwenkend, den degen met een zwaai heften de vijfhonderd toeroept: „Vooruit!" wijken magistraat en wachters, en de burgers vluchten de huizen in, luiken en deuren hard dichtklappend.

't Hoefgetrappel klinkt op in straten, hol als bij nacht, en de Dom ligt vereenzaamd, grijs en groot, als uit den grond gegroeid, een zware rotsbouw, die den draf van hun paarden tegenhoudt. De twaalf springen af. Vaandrigs en landsknechten schieten toe om vlaggen en paarden te bewaken. De dompoort is wijd open, en de twaalf in hun glimmende

Sluiten