Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hem toevallig irt handen kwam: Huig de Groots „Bewijs van den waren Godsdienst," in den Loevesteinschea kerker geschreven voor de schepelingen, de vrije zwalkers op de

open zeeën Hij, zwalker door de levenszee, is nu aan 't

mijmeren over die regels uit de inleiding, die hem even boeiden, vóór hij t boekje voor een ander van zich wierp

De ware liefde is 't die ons alleen ontbreekt, 't Ontbreken van de liefd' dees kregelheid ontsteekt, De liefde, die bij God is van de grootste waarde, Die Christus ons gebood hier scheidende van de aarde. De liefde die daar is het oogmerk van de wet, Die 't Christenvolk tot een merkteeken is gezet. Laat liefde bij ons zijn,, wij zullen alle menschen Wel dulden, die met ons om éénen hemel wenschen, Erkennend d'ééne kooi, één Herder, éénen Heer, Eén voetpad, ééne poort, één doopsel, ééne leer

Het doet hem denken aan den avond lang geleden, toen hij in den Rjjnoever het graf groef voor den gemartelden Jezuïet Liefde't Kijk GodsMn zijn hart is 't niet gekomen hard is z'n hart er-voor gesloten

De avond daalt, en hij loopt ©ver een boschweg met karresporen doorgroefd en met kreupelhout bezoomd. Soms ritsel* er: een dor blad neer, traag op de andere. Het is. een weg als naar de Laar, en 't lijkt hem, of hij ten. slotte voor 't grijze lwus van de Delens zal staan, of haj moet doorloopen om daar-te komen.... 't Is hem of een macht hem roept en trekt daarheen,, en hij, daar aüfeen zou kunnen leven zooals hij

moest Is ée Laar dan uitgang en doel tegelijk vam het

woeste verlangen, dat hem her en der dreef?

Tjrompetgeschetter uit het kamp doet hem met een ruk om-

Sluiten