Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk bij Maurits' staf vóór de tent van Mansfelt. Hij herkent hem aan z'n knoestigen bouw, Karei hem aan z'n diepe stem Ze leggen de handen op eikaars schouders, en blijdschap springt op in hun hart tegelijk met al de herinneringen aan bun jongenstijd. Ze drentelen langs vuren, tenten, rijen kartouwen en rotten geweren.

„Alles blijft eender op de Veluwe." "En de Laar?" — „Onveranderd." — „Dus je zuster.... Veel op 't Loo, hoor ik." - „Wat?" - „Ja, Anna, je weet toch dat die paapsch is gebleven." — „Maar Fenne?" — „In Ommen, waar Wilt commandant is. Hun oudste zoon is haast even pootig ak de mijne "

Hendrik spot luchtig: „Wel zoo" - en scheldt ach zelf tiendubbelen dwaas. Tegehjk voelt hij dat de Veluwe, de Laar, Karei er bij en Fenne, al het vroegere en het tegenwoordige met z'n laatste domme gedroom verzinken en hem loslaten.... Wat kan hem nog raken of pijnen? Ze praten over de soldaterij snoeven op hun oorlogsavonturen, wikken de kans van de vereende troepen, die in slagorde over de hei van Sprundel recht naar Roosendaal zullen marcheeren met heel den trein van pioniers, wagens, geschut en allerlei gereedschappen, munitie en tal van oorlogsinstrumenten. De compagnieën van de Garden, waarbij Karei is ingelijfd, zullen den voortocht hebben, daarop volgen drie regimenten Francoisen, vier regimenten Engelschen, een regiment Schotten, twee regimenten Hoogduitschen, een regiment Walen, een regiment Hollanders, één Zeeuwen, één Friezen.

De troepen van Mansfeit zullen links van dit leger gemk opmarcheeren, samen een geweldige macht, die het monster zal verpletteren van de liga, „zoolang onder de vleugelen van den Pausgekoesterd en eindelijk door de praktijk der Loyolisten

Sluiten