Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elbert staat besluiteloos in het donker, hoort het Gloria duidelijker en Anna's stem. En om niet te verstikken in z'n donker opwellend verdriet, slaat hij de armen op tegen de muur, bonst er het voorhoofd tegen en staat zoo oogenblikken lang,

tot hij zich zelf kreunen hoort Met een ruk uit z'n wanhoop

los, tast hij naar slot en sluitboom van de deur.

Op het plein, dat wit en leeg is in het van sterren doorklaarde duister, voelt hij den Kerstnacht weer, en zich al die vergeefs wachtende menschen in de besloten stilte herinnerend, stapt hij op de poort toe, en vraagt de twee mannen, die er waken: „Niemand gekomen, geen boodschap ?"

„We staan langer dan twee uur te luisteren, maarniets"

Ze doen de poort voor hem open, slenteren hem na over de brug, kijken met hem de laan af. Dan loopt hij alleen door,

of 't den verwachte kan oproepen, als hij hem tegengaat

Wat, als de speurhonden den armen Simonz grepen? 't Zou voor de tweede maal zijn. Van 't zomer hebben ze hem op water en brood gezet, tot z'n ouders den losprijs van honderd ponden Vlaamsen voor hem betaalden. Maar voor den tweeden keer zal 'terger zijn: gegeeseld, beboet en gebannen," zegt het plakkaat van dit jaar, dat voor de dèrde betrapping met „zwaarder trap aan den lijve" dreigt. Als nu ook Willem Simonz hun ontnomen wordt, zal de Veluwe daar hggen heelemaal verlaten van God, verlaten als hij zelf

Hij staat op den viersprong der lanen en tuurt in 't schemerwitte 't is doodstil, hopeloos stil „O!" steunt het weer

diep en dof uit z'n hart, en hij verschrikt van die zielsklacht, houdt den adem in, om te hooren of 't geen echo's van eendere

wanhoop wekt uit de verzonken verten 't Gonst in z'n

ooren. Toch een vaag en ver gedommel van joelende angsten? Of het dof loeien van een zee ? Kon hij er zich in storten, voor

Sluiten