Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geest Gods te worden wedergeboren. Daar de Rechtvaardige gesproken heeft: „Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in

al hetgeen is geschreven in het boek der wet" Dan wordt

ze bang en kan niet zeggen, wat ze zou willen: „Ik bid tóch! Ik lees tóch!" Want ze weet wel, dat Anna's liederen, haar eenige gebeden, niet in Fenne's bijbel staan, en dat ze die bidt, zooals ze ook telkens stilletjes in Anna's boeken leest, enkel om te leeren, wat toch het heimeüjke en heerlijke is in de Loosche kapel. Anna noemt het Gods tegenwoordigheid. Sofie zegt, dat het Jezus zelf is, en Elbert, dat het beter is niet te vragen, maar te bidden als Anna, tot ze er geloovig in deelen

mag en er zalig door worden „Zalig" zegt Elbert, en hij is

een goede wijze man. „Vervloekt" zegt Fenne, en zij doet alles wat in het Boek der wet geschreven staat. Elbert gelooft wat

Anna gelooft Lijsje zou willen, dat Anna haar leerde in

plaats van die strenge Fenne. Maar Anna zegt, dat ze alleen voor haar bidden mag. Liever dan in de Otterloosche kerk zou Lijsje altijd in de Loosche kapel zijn. En ze verlangt heelemaal niet naar het Avondmaal, waarover Fenne met zooveel erge woorden praat. Want wat, als Gods toorn en verdoemenis op haar zouden komen, omdat haar hart zoon luchtig pluimpje is, dat dwaalt en drijft, en niet weet waarheen?....

Lijsje mijmert, het hoofd met het witte kapje tegen de donkere leuning. Ze laat haar brij koud worden.

„Gij zult niet vreezen voor den schrik des nachts," leest Fenne, „voor den pijl, die des daags vliegt;

„Voor de pestilentie, die in de donkerheid wandelt, voor het verderf dat op den middag verwoest."

Anna luistert. Ze zit aan het ondereind der tafel over alles te waken. Maar ze kijkt over schalen en telloren, over kleinen Wilt en langs Lijsje alleen naar Fenne. Heerlijk is die psalm!

Sluiten