Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze kent hem uit Caspar's getijdenboek. Fenne doet goed met dit lezen. Beter Bijbel en psalmen en Fenne's vaste geloofskracht, dan de leegte, waarin anders de dagen van vader, moeder en Lijsje heenglijden.

Nu kruipt de luchthartigheid weg, verstild en verkild, sinds Fenne er is.... Moeder dempt haar lach en wikt haar woorden, vader mokt en mort. Lijsje is zoo stil en kleintjes. En zij zelf? Zich zwijgend wegwisschen, om Fenne geen steen des aanstoots te zijn En dat gaat! Fenne ziet langs haar heen. Maar

zij niet langs Fenne. Nu weer moet ze naar haar zien en bhjven zien. Als zag ze haar voor 't eerst. Maar zooals nu, was Fenne ook vroeger niet. Ze staat daar— rimpels in het voorhoofd, dat sterker gewelfd lijkt, nu het haar onder het doorzichtig vleugelkapje strak is weggekamd. Haar trekken zijn vaster en harder, haar oogen koel en doordringend, haar handen zelfs voor haar kinderen zonder streéling. 't Is alles wil en meer dan mannelijke kracht in haar. Zelfbewust staat ze voor het aanschijn Gods,

rechtvaardig, plichtgetrouw Is 't wonder, dat heel de Laar

in ontzag voor haar z'n waren zorgeloozen aard verborgen houdt? Anna voelt zich bij die sterke vrouw een onwaardig kind, dat lang zou bezweken zijn zonder de liefde van God, die haar telkens weer oprichtte door de genademiddelen en

door Zijn voorzienige leiding Zelfs in Fenne's verblijf op

de Laar voelt ze zoo duidelijk voor haar Gods beschikking. Haar geweten zegt haar dag aan dag: „Is zij sterk, wees sterker ! Is zij trouw uit phcht, wees trouw door hefde! Is zij hard en heerschend om wille van haar leer, wees zacht en ootmoedig om wille van het Leven!" — Juist nu er maanden heengaan buiten elke priesterlijke vertroosting, is er Fenne. Die sterkt haar zonder het te weten, die heeft haar onbewust gered uit het verwarrend gedroom, dat opnieuw verlangen werd. Want

Sluiten