Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schien niet eens komen. Berents, trek de brug op Daarmee uit!"

„Brug of geen brug, 't ijs ligt toch over de gracht." „Laat dat volk 't dan loskappen."

„Niets dan vrouwen en kinders en 'n paar ouwe sukkels."

„Vertrouw dat paapsche gebroed niet, vader! Natuurlijk heulen ze met de Spaanschen."

„De brug op, Berents, en wat binnen is, blijft binnen

Jullie, vrouwvolk, bedaar.... Maak me niet zieker dan ik ben. Sus dat kindergekrijt. Geen jammer om niemendal! Die Spanjolen ? Laat ze komen. Daar sla geluk toe, dat ik kogels genoeg heb, om ze ons van 'tlijf en van de Laar te houden."

„Wat zou je hebben!"

„Kogels van goud en zilver, zou ik meenen! Ze watertanden naar 't geld van de sauvegarde — da's bekend genoeg. Laat me dat desnoods een paar honderd dukaten kosten."

Door z'n eigen overleg gerustgesteld, zinkt heer Herman terug in z'n stoel, huiverig in z'n pels duikend, met de hand wuivend naar Berents, dat hij gaan moet, en naar de anderen om stilte.

Anna glipt Berents vóór de gang in, Lijsje haar na „Ga

onz» mantels halen," zegt ze in de hal „en goed, — kom

mee — er zal buiten bij die arme menschen genoeg te doen zijn...." Als Anna op de bordestrap komt, dringen ze aan-, stonds naar haar op, moeders en meisjes, de kinderen. In de vertreden sneeuw en den nevel een gore groep uitgedrevenen, honger in de holle oogen, lompen voor kleeren, warmende flarden om hoofd en handen. Ze kleumen en klappertanden. Achter hen de rolwagens en kordekarren met beddezakken ; sleeën met huisraad; schapen en geiten aan touwen, 'n paar schonkige koeien....

14

Sluiten