Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongske naar voren. „Hem — ook — om de liefde Gods. Z'n tanden klapperen van de koorts," smeekt ze.

„En grootje Hille, die sterft van kou!" roepen anderen.

Anna zoekt er nog een paar kleumende kinders bij, nog een bestje en een paar oude mannetjes. „Kom," en ze gaat met haar troepje de gang in, de kleinsten aan de hand. Ze praat bemoedigend, zij volgen beduusd; de oudjes schuddebollen en kijken schuw naar de dichte deuren — 't huis was hun levenslang een versloten heiligdom Anna plooit den voorhang op, en vraagt de stove in: „Mag ik hierdoor naar de keuken? Met negen, die 't buiten zouden besterven van kou."

„Breng de pest niet in huis," gromt heer Herman.. Maar haar moeder wenkt: „Kom maar," goedig voorgaande naar de keuken. Fenne haalt d'r kinderen naar zich toe, zwijgt, maar ziet boos naar Anna, die voelt dat ze opnieuw zeggen wil: „Ben je weer met goede werken bezig? Paapsche eigenbaat, die met anderen te dienen verdiensten en aflaten wil

zamelen voor zich zelf 't Doet haar bidden: „Jezus voor

U de offers van dezen dag" terwijl ze haar troepje laat

voorgaan de stove door. „Och arm," klaagt Brecht, diehun strompelig haar armstoel achterna schuift.

„Moeder, u zorgt hier wel," zegt Anna, bhj haar in de keuken reeds bezig te zien met banken bij 't vuur. „Geef ze iets warms, en dan ook voor de anderen, die we in de schuren onder dak zullen brengen, vooral doeken en dekens. Nu komen devolle kisten tepas." Als ze haar negental bezorgd weet, gaat ze vlug terug. Maar in de hal stormt Eijsje opgewonden op haar toe:.... „Ze zijn er al!"

„Wie?"

„De soldaten!" „Och kom, spoken!"-

Sluiten