Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, dat er nog duurt. Ze roept ten laatste haar eigen naam. „Laat me binnen.... Wees niet bang meer! Ze zijn weg. De Laar is veilig" En Zweder doet open, ziet haar verwonderd aan.... „Geen schrik meer! 't Is voorbij.. Wat zouden twee soldaten ? Ze hebben 't geld. De Laar is in sauvegarde. Breng 't hun daar binnen aan 't verstand, Zweder, en ga dan zelf bij de poort. Berents is weggeloopen. Wees jij poortwachter. Zorg voor alles. Ik moet naar m'n vader...." Ze is al weg, de hal in, de gang door.

In de stove is 't een luid wee en ach om heer Herman heen. Fenne, hun moeder, Lijsje, Brecht, het toegeloopen dienstvolk. „Goddank!" roept Anna, zich door die omstaanders heendringend, en ziet d'r vader zitten met haar mantel over de schouders.

„Kind kind!" roept hij, nu ze daar bij hem is, en

hij grijpt haar handen, bonst het hoofd tegen haar hart en begint schokkend te snikken.

't Duurt niet lang. Verlicht zinkt hij terug in z'n stoel, sluit de oogen, en de meewarige klachten van vrouwe Catharina en de anderen zwijgen dan. Anna moet vertellen. Ze weet niet veel. 't Is zoo heel vanzelf en zonder eenigen schrik gegaan. Maar nu is de brug op, de poort gesloten. De twee waren het geld aan't tellen en zullen tevreden zijn. De Laar is nu veihg. Zweder houdt wacht. Laat ze nu allemaal gerust zijn en doen wat er te doen valt. Eerst vader naar bed. Ziek als hij was, uitgekleed in de kou op dat ijs, en al die angst, dien hij doorstond!....

Fenne altijd nog met het kleinste kind in de armen, de twee andere aan haar rok, vindt daar ineens zich zelf terug: „Ja, dat moet".... Vrouwe Catharina komt met een nap warme melk voor hem. Hij pruttelt tegen, toch machte-

Sluiten