Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loos, huilerig als 'n kind. „Anna" roept hij. — „Zal ik u boven brengen?.. toe laat me"....

Haar moeder komt hen na. □ □ □

Na de woelige koortsdagen en de lange bange nachten, waarin moeder en dochters beurtelings waakten, z'n ijlen beluisterend en tegehjk elk zwervend gerucht in de sterdoortintelende koude buiten, zijn ze gerustgesteld, nu heer Herman vanmorgen, op z'n ouds aan 't grommen, dwingt om op te staan.

Bedeesd komt Lijsje, beide handen om een dampende kom. Eerst vertelt ze dat 't eindelijk aan 't dooien is, en dan: „Brecht heeft opnieuw kruiden getrokken — andere — vader moet dit uitdrinken." — ,,Op m'n nuchtere maag?" — „Wil je eerst wat eten?" vraagt vrouwe Catharina bhj, overtuigd dat haar zieke nu gered is. •

„Laat me met rust!" valt hij uit, en teruggezonken in de kussens, slaat hij na wat norsche stilte de oogen weer op. „Nu sta je hier met vieren! Fenne, ga naar je kinderen. En jij, vrouw.... hoe moet dat beneden? Is al dat heivolk er nog ?.... De Spanjolen buiten en die bedelbende binnen ? De Laar zal door ongedierte worden opgegeten.... Dooi ? Zullen ze gaan ?.... Van den Bergh over den IJsel terug ?....

Stuur ze dan de poort uit Anna hier bij me is

genoeg."

„Best," sust vrouwe Catharina bereidwillig en als altijd wanneer haar man zoo brommig is, de oogen vol goedigen spot van „je meent 't zoo niet."

„Zal ik niet eerst wat lezen, vader?" dringt Fenne aan. „Het Woord is de eenige troost in 't lijden."

„Doe 't maar beneden," bedwingt heer Herman z'n opvla-

Sluiten