Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baard glijden. Na een poos legt ze haar hand op de zijne, die loom en klam gevouwen liggen. „Kan ik iets voor u doen?" schroomt ze.

Berst schudt hij weerbarstig het hoofd, maar dan eensklaps opvarend: „Gans lijden, ja! Dat Fenne me niet meer dien Otterlooschen Sant hier brengt. Hou me dien van 't hjf met z'n gezalf. Jij durft, hé? jij durft zelfs Spanjolen aan. Ze moeten me met rust laten, versta je?"

,,'t Eenige is; dat u zorgt gauw beter te zijn. En dus stil nu. Heusch, ik zal doen, wat ik kan. Maar dat is niet veel."

„Bidden," murmelt hij ineens verlegen als een kind. „En niet

hier weg. Want weet je op wie je hjkt ? Eerst heb ik altijd

zoomaar over je heen gekeken, maar nu zie ik 't goed. Je hjkt op m'n moeder. Ze was een vrome vrouw, en ik was vroom en trouw, zoolang zij leefde"....

Anna droomt met gebukt hoofd zijn zwervende gedachten na. Waarom is ze telkens in de ééne onrust over hem terug ? Is er een verlangen in hem, dat hij niet durft bekennen ? Maar dan is 't immers haar plicht hem die bekentenis te

verlichten Niet toevallig, dat zij na alles hier met hem

alleen is....

Angstvallig merkt ze, hoe hij zwoegend reutelend geen kracht tot hoesten heeft. Hoe de inspanning z'n gezicht rood overvlamt. Zwijgen zal nu beter zijn. Maar vergeefsch is 't niet, dat ze dit tastend, nooit vermoed getwijfel nu kent in hem. Ze zal hem bijblijven, en als hij beter is, Fenne naar Ommen terug en alle onrust weg in en om de Laar, hem misschien terugwinnen voor het Geloof....

„Bid je nu ?" komt z'n stem, en in z'n blik is een verwijt, dat ze daar zoo staat te droomen.

„Ik zal,".... Ze maakt een kruis, en schuw doet hij 't haar

Sluiten