Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na, hunkerend als een kind naar haar opziende en 't Ave meeprevelend.... „bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood."

„Weet je wat ze zeggen ? Eeuwig verloren of eeuwig verkoren. Al wat 'n mensch doet of laat, geeft toch niemendal. De pottenbakker formeert het leem en kan met 't werk van z'n handen doen wat hij wil.... Maar iemand als mij zal hij niet uitverkiezen. Ik ben natuurlijk bestemd om in scherven te worden gesmeten. Eeuwig is zoo lang. De heiligen zijn voorsprekers, hé ?.... De Moeder-Gods.... Liever slapen nu ?.... Goed. Maar jij moet bhjven bidden."

Ze zit nog met haar rozenkrans, als vrouwe Catharina weer naar 't bed komt sluipen zoo stil niet, of de zieke schrikt op, als ze kijkt. Maar gerustgesteld sluit hij de oogen, dadelijk weer weg in den ijlen sluimer, waarin z'n adem zoo heesch,

hijgt en z'n baardig gezicht zoo vreemd verwaast

Ze staan schuw naasteen, durven niet praten. „En toch gaat het veel beter," beduidt vrouwe Catharina, bevredigd knikkend. Maar Anna wendt het hoofd af, om haar tranen te verbergen. Ze weet zelf niet, waarom toch die angst. De koorts is immers afgenomen en het bewustzijn weergekeerd....

Haar moederheeftzich op 'tbankje neergelaten, gerust door dien sluimer en bhj niet te worden heengestuurd. De zonnigheid is uit haar oogen nooit weg. Verdriet heeft zij immers

ook nooit gekend, nooit de beproeving God heeft haar

laten leven in de zon, die van haar zelf uitstraalt Zoo

droomend is Anna naar het venster geslopen, en het voorhoofd tegen de ruitjes drukkend staat ze daar met gesloten oogen. „Zullen die twee levenslustige menschen kracht hebben, als hun uur komt ?.." 't Bang voorgevoel doet haar kreunen. Ze schrikt er van en hoort tegehjk haar vader hard roepen, haar naam.

Sluiten