Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Vanmiddag om vier uur.... Ineens weg. Niemand had er erg m. Nu hgt bij gewaad. We mogen gaan zien "

„Hoort u wel?" knikt Anna heer Marten toe, die verwonderd is over haar kalmte, ,,'t Heeft niet mogen zijn wat

we hoopten" J

„Maar de goede wil was er. Hij zal in staat van genade zijn gestorven. Laat mij naar huis gaan. Ik hoor hier niet " En plots aan Fenne denkend, weerhoudt Anna hem niet Ze doet hem uitgeleide tot de poort.

„De Spanjolen zijn vergeten", zegt ze op de brug Toch zrjnzij de schuld"... en bijna slaat haar stem tot schreien'over „Werktuigen van Gods wil, zooals wij menschenkinderen allen Wat kunnen we? Wat zijn we? Ga bidden bij je vader God zal zijn ziel genadig zijn." Hij buigt de lippen naar Anna s hand, dan plots verschromend tot z'n oude norschheid, wendt hij zich met een ruk om, en gaat. D □ D

„O Heere, ga niet in het gericht met Uwen knecht. Want niemand die leeft zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn " De Bijbel hgt open bij den tekst, dien Fenne in den doodsnood las. In den kamerhoek brandt de kaars naast het puitrum Die schijnt met den haardgloed een week goudig licht over den doode. In 't lange, zwart omboorde hennekleed, de armen strak langs het lijf, hgt hij rustig op de rolmat midden op den vloer tusschen de schouw en het bed, waarvan de gordijnen strak gesloten zijn en de pluimbossen weggenomen. Aan de wanden zijn spiegels en schilderijen omgekeerd; vensters en deuren en ook kasten zijn met zwart laken behangen

Naast het vuur in haar hooggerugden zetel weggedoken zit Anna op den doode neer te zien. Z'n mond heeft een vagen ghmlach. Het geslonken gelaat is grijzer en toch jonger

Sluiten