Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij Isendoorn zich voegt met een hoofschen groet naar de talrijke edelen uit alle provinciën, de officieren van landen zeemacht, die te paard volgen. Weer speerknechten om den stoet te sluiten. Dan 't volk dat in jubel, van de stoepen, plein en straten volstroomt.

Reeds heeft het gevolg de banken der Groote Kerk gevuld, als Hendrik aan den linkerzijkant zijn plaats aangewezen vindt.

In de met tapijten belegde omtuinde ruimte onder den preekstoel zit op het verhoog in grooten zetel de hofdame met den doopeling, tusschen den Stadhouder en de Boheemsche Koningin, de peetmoeder. In wijden kring om hen heen: de Magistraten, die peetvaders zullen zijn, en de vier prinselijke pages, die de slippen van het doopkleed droegen.

Beyerus, de predikant, heeft gebeden, heeft uit den Bijbel voorgelezen en spreekt nu de dooprede. Roerloos wachten de luisteraars tot het oogenblik, dat de kleine Prins van de hermelijn-omzoomde deken ontdaan, in de armen der Koningin van Bohemen wordt gelegd. Dan rijzen allen op, en tot hen richt zich de leeraar met zijn vermaning, dat de Doop een ordening Gods is, om ons en onzen zade Zijn verbond te verzegelen, en stelt dan de drie vragen, waarop alleen de peetmoeder en de Stadhouder een overluid en vast „Ja" antwoorden, terwijl de gevaders en de aanwezigen het hoofd instemmend buigen....

„Ik doop u in den naam des Vaders, des Zoons en des heiligen Geestes," spreekt de Predikant plechtig, en zijn stem doorschalt de kerk....

Isendoorn staat met de armen over de borst gekruist als een vreemd toeschouwer. Hij heeft het hoofd niet gebogen na de vragen, waarvan alleen de tweede hem bijbleef: „of gij de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament en in de Arti-

Sluiten