Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg, waaraan hij zit te pluizen, sinds die met z'n suikerig gekleef tegen hetversjofeld geelzijdenpourpoint terechtkwam.... „Je hoeft me niet te beleedigen"

„Jij hoeft den Stadhouder niet voor je knecht uit te maken.. trekkebeen, die z'n genadebrood eet"

„Kale rat, jij Kruip naar de goot terug, waar je bent

uitgesprongen."

„Mooi zoo, Knip prachtig, kerel! hitst Karei van Delen

aan, die met de vier aan de tafel bleef, en hij lonkt naar Hendrik, dat hij helpen moet die twee ouwe ijzervreters tegen elkaar op te ruien.

„Duffe leeglooper"

„Kwispelaar om lekkerbeetjes"

„Jij zelf"

„Kom op, met je verroest rapier" en Kniphuysen staat

al met 't zijne dreigend getrokken in de leegte te schermen

Van der Nat gooit de perkamentrol op z'n bord, stotterend en sidderend van drift. Hij rammelt aan z'n degen. Maar Hendrik klapt in de handen. „De kapuinen, heeren!" "wat heel den troep aan 't venster doet omzien en uiteenwarren

naar de tafel terug De twee met hun blanke sabels kijken

verschrikt naar de deur, waar de lakeien reeds de geurig dampende schotels aandragen

„Vechten jullie dat liever straks uit" bemiddelt de

gastheer, schaterlachend met Karei van Delen mee, als ze in één beweging aanstonds bereid het rapier inde schee stoppen.... nagrommend als 'n paar kwaaie honden, nu ze het gelach en het kijken der anderen merken

„Tóch zet ik hem dat „Orakel" betaald-''

,,'n Mooie 'n mooie"

„Dienaar van de Provincies, dus van hém!"

Sluiten