Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zonder Isendoorn zaten we thuis op onze nagsls te kluiven"....

„Je raakt den draad kwijt," roept Droste's tafelbuur, hem een por gevend in z'n zij, dat de vin d'Ay over den rand van de bokaal gutst.

„Ik wil maar zeggen," poogt Droste voort te redevoeren

„Rossem en Isendoorn, de hooge hélden, meer koning dan koningen op hun troon"

„Hola!"

„Door hun moed, hun geest, hun weelde"

„Vivat!" overdreunt en beëindigt Mompoulian den redenaar, die juist bleef steken. En verlicht, dat ze drinken kunnen, gieten allen hun bokaal met één teug de keel in.

Maar eer ze weer zitten, is Hendrik aan 't spreken , .Droste, je woorden troffen m'n hart! Want Maarten is en blijft mijn hefde en mijn trots. Zijn naam mijn parool, zijn sjerp mijn ridderteeken en talisman"

„Rossem! Rossem!" jubelen Droste en z'n buren.

„En zóó innig is hij, niet alleen naar den bloede mijn voorzaat, maar naar de ziel mijn verwant, dat ik meermalen

mijn daden verwar met de zijne En me afvraag: Ben ik 't,

die Den Haag bestormde met de vliegende Geldersche vaandels?"....

„We züllen!" roept Karei van Delen.

„Ben ik 't, die een gouden stoep voor m'n huis wilde leggen? "

„Hij zelf! ja! Vivat."

„Ja, ik! En toen de magistraat het verbood, liet ik de dui-

velskoppen in m'n gevel hen voor levenslang toegrijnzen"

„De onze, je open ramen uit"

„Saters!"

Sluiten