Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja" hikt Karei, „jij en ik. En we zijn vrinden van de wieg af. Wat is er «chooner dan vrindentrouw door dik en dun ?....

„Dronken barmhartigheid," denkt Hendrik, maar hij praat met hem mee „Ja vrindentrouw."

„Op de mijne kun je bouwen!" zegt de ander, de hand op 't hart klappend. „En da's mijn heilige plicht, want ik weet maar al te goed, dat m'n zuster Fenne je duchtig voor den

aap hield Zeg op, is het niet om haar, dat je aan den

draai ging?"

„Ik weet niet meer."

„Jij om haar — en de dolle Chris om de Boheemsche. — Dat heb je van de liefde!"

„Vertel me 'ns iets over de Laar."

„Ik kom er niet meer, sinds m'n vader in geur van heiligheid stierf — van 't winter al een jaar geleden. Fenne heeft

me verteld, dat onze paapsche den baas speelt op de Laar

En we gruwen van papisterij afgodisterij, antichristerij.''

„Ik verlang vanavond naar de Veluwsche bosschen "

„Kom op den Gelderschen Toren in 't najaar we zullen

zwijnen gaan jagen...."

Maar Hendrik wuift dat voorstel weg, als iets onmogehjks..

Waarom stoot hem af, wat hem tegelijk zoo trekt? Hij

vraagt het zich, mat toekijkend naar het deunen en lallen der anderen, die opdringen om de kermis op te gaan. — Ze sjorren Van der Nat en Kniphuysen tusschen zich in, komen nu Karei opsjorren en hem. — En als hij zitten blijft, schuiven ze hem metstoelen al tot bij de deur, en nemen hem mee in hun dichten tros de trap af....

„It was a beautiful knight, which loved a galjant lady," spelen de musicijns op het verhoog in het voorhuis. Telkens herhaalden ze dit ééne danslied, daar de gastheer er naar

Sluiten