Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg toen ze kwamen. Maar het snerpt en ronkt nu valsch uit hun snaren en pijpen. Ze schuddelachen om den dronken troep. De lakeien echter buigen dieper dan ooit en verbijten hun lach, als de heeren met hun allen aaneen-gekluwd de stoep opdringen....

Daar komt Hendrik eindelijk vrij, en hij schudt de armen als een verloste, nu de anderen aldoor rumoerend getweeën en gedrieën naar de kramen drentelen, waar de talkhchten reeds twinkelen tusschen klatergoud en geglinster der uitstallingen onder de tenthuiven 'tLaatst komt Droste,

die aan deneenen arm Kniphuysen, aan den anderen Van der Nat meezeult, en achter hen aan, arm in arm, Karei met den

markies van Mompoulian

Er drijft een damp van stof, van olie en vet en toortsen,

door den overzoeten geur der lindebloesems

Hendrik staat hen nog op z'n stoep na te staren, en die lucht

slaat hem tegen als een walm Hij walgt droesem

is z'n hart, dras en modder.... Niet één van den troep, die

naar hem omziet of hem mist. Zelfs Karei niet Eeuwige

dwaas die hij is, waarom dien troep in huis gehaald? Waarom aan die bende het kostelijk geld verknoeid, dat hij borgde op

de Vogelhegge? Ze mogen welvaren, de zwelgers En

binnengaand gooit hij met 'n smak de straatdeur dicht. Dan in de hal staat hij even verbijsterd te staren naar het verhoog, waar musicijns en lakeien met volle wijnkannen en bokalen

zitten, met de schalen vol overschot Verschrikt stuiven

ze uiteen, kruipen ze en duiken ze, nu ze hun heer terugzien. Z'n oogen bliksemen, bij stoot een schorren vloek uit, en minachtend de schouders schuddend gaat hij de trap op, schichtig alsof hij de kwaaddoener is. De zaal in. En 't eerst wat hij daar ziet naast de ontredderd? tafel in den hoek bij

Sluiten