Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermoedelijken priester, in 't gevolg van graaf Jan Heel

den nacht heb ik aan hem gedacht — en 't te me ten slotte 'n drang geworden, dat ik hem moet roepen." „Ja, je mag 't niet laten."

„En juist stond ik op om te gaan, toen er ineens iets anders kwam."

. „Zeg 't," wekt Anna hem nit z'n plots stftworden.

„'t Eerste woord, de eerste wensch Van vader sinds gisteren.... „Roep hem" zei hij .... Dat is al. En ik weet zeker, dat hij Hendrik bedoelt En nu hij eenmaal dat ontzettend moeilijke woord geuit heeft, zou hij me verachten als 'n lafaard, zoo ik niet onmiddellijk alles waag, om het te doen.... Hem roepen, — den ander Maar hoe kan dat?"

„Dat zal kunnen," weet Anna kalm, en opnieuw maar dieper verwonderd ziet Elbert haar aan.

„Zie eerst dien priester hier te krijgen," beslist ze

Ik ga zoolang bij den zieke. En ik beloof je, dat Hendrik wordt geroepen."

Maar hij beweegt niet van z'n plaats, al schijnt zij te verwachten, dat hij nu aanstonds op weg zal gaan.

„Je bedoelt toch niet...." stamelt hij ontdaan, en zich zelf in de rede vallend: „Hij is in 't kamp bij Den Bosch, Wie zou dat doen?"

„Wie er toe aangewezen is, Elbert. En is dat niet, wie 't meest en 't innigst, en alle droevige jaren door, gebeden heeft om bet wonder van zijn weerkomst?"

„Jij! Zou je dat doen? Hou je dan nóg van hem?

Hebben al die ellendige jaren, dat nog niet afgesleten?

Wil jij wezenlik" — maar hij schrikt van z'n heftigheid, nu Anna hem vast en rustig aanziet

„Ik wil hem toch met roepen voor me zelf, Elbert?

Sluiten