Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zittenden weg, wier verholen spot ze hooghartig weerstonden en weg naast den Prins, hun beschermer, die mild pratend hun' ernst geen tijd tot verdonkeren het, voelden ze zich natuurlijk wegzinken iü de schaamte en den angst van de nederlaag

,Eer de week om is, zijn ze ballingen

Onder het maal deden die twee in hun stugge somberheid Hendrik voortdurend aan z'n vader denken. En z'n hart kwam vol medelijden met hen en de stad, die hij toch zelf hielp ten val brengen.... Zij hebben gehoopt op de grootmoedigheid van den Prins, wien ze van hun bisschop Ophovius een vriendenboodschap brachten, om mevrouw Amalia tot moeder te vragen over de Bossche vrouwenkloosters.... De Prinses zal dit aanvaarden, en de Prins wü alles doen wat verlichten kan Maar met de Prins, neen, de Staten, hebben de macht.. En wat hetende Staten van de voorwaarden der overgave, waarin de stedelingen behoud van hun kerken vroegen en eerbiediging van hun Geloof? Wat schijnbeloften, waaruit ze nu voorgoed weten, dat het niet zoozeer ging om Spaansch of Hollandsch.... 't Ging vooral om het laatste bolwerk van het oude Geloof in Noord-Nederland.

't Is twee dagen geleden. Daar in de Vuchtsche laan, terwijl ha de karossen naoogde en de trompet hoorde schallen heeft hem z'n oude zielsziekte besprongen en sinds tot stikkens toe beklemd. Honderd negen dagen lang kon hij in den zwaren arbeid van het beleg, op de forten en in de loopgraven zich zelf vergeten als in een boeiend spel. Nu is 't uit! En wat overbleef is zelfverwijt. Want een schenner is hij, die meedeed aan dit knjgswerk, om te verwoesten wat hem toch heilig bleef Sinds hij dien avond na het dronkenmansmaal in zijn huis de gebeden zat te prevelen, die z'n moeder hem leerde, — drie jaar lang nu, heeft bij immers gevoeld en geweten, dat het oude

Sluiten