Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mij was heel deze reis een beevaart voor hem," denkt Anna, „en m'n leven jaar na jaar "

„Zie!" schriktI4jsje haar op uit dit zwijgen, waarin haar hoop 't weer wint, en ze kijken samen naar de open koets, die volgt na den ruitertroep achter wagens en priesters Tegenover de minne met haar klein wiegekihd op den schoot, zit Grobbendonck's vrouwe naast haar schoonzuster d'Aubremont.

De Prins heft den staf om haar te groeten, en nijgend danken de vrouwen hem en de vorstinnen, die haar toelachen. Er gaat een verademing door de omstanders, een beweging van genegenheid, die zich lucht wil geven.. .. Maar reeds houden de benden voetvolk de aandacht geboeid. Zes tamboers roffelen op hun keteltrommen de maat in den stap der gelederen in volle rusting, mèt zijdgeweren en karabijnen, met lansen en ontplooide vaandels. Achter hen en vóór de vendels speerknechten, komt op z'n wit paard, Grobbendonck, de bevelhebber, een rood kruis links op zijn donker-laken-lijfrok. Nu Frederik Hendrik hem wenkt en hij zich frank vóór de vorstengroep stelt, wacht heel de stoet: de Prins spreekt, hij prijst hem; Grobbendonck antwoordt met korte scherts: „Je suis déniché," groet zwierig en wendt z'n paard tusschen het voetvolk....

Nog de drom gehelmde ruiters met roode sluiersjerpen over

het kuras en groote houten pistolen in de hand en over de

leegte, die zij achter zich laten, golft de stroom van toeschouwers naar Amalia's paviljoen, waar omheen de Prins z'n aanvoerders en officieren tot wachters stelde Hun dichte

kringen weren de opdringenden die wuiven met handen en hoeden en hoera roepen, als ze Oranje tusschen de vorsten zien wegdraven langs de omsingelde approchen, den kant

Sluiten