Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Vucht uit, naar z'n kwartier of naar de ruiterij, die waakt op de heide....

Dos uit het gewoel en gejubel naderen de vier Veluwnaars met de eersten de Sint-Janspoort, waar geen wachters zijn om hun den toegang tot de stad te beletten

□ □ □

Door het lage poortje rechts van den toren kwam Hendrik de Sint-Jan binnen, aanstonds opgenomen in het A g n u s Dei van koor en orgel, dat de gewelven doorgalmt. Toevend aan 't hek der doopkapel ziet hij de biddenden in zijbeuken en middenschip op de knieën zinken, en'bij het gekhnkel der altaarbellen buigt ook hij het hoofd en klopt drie keeren op

de borst dona nobis pacem

Dan vordert de Mis naar haar einde, en zacht gaat hij terzijde, langs de groepen heen, die nog knielen op de vloerzerken of bij de pilaren schuilen, en schichtig naar hem opzien. Hij voelt dat ze schrikken van den Staatschen kolonel met rapier en kuras, en ziet hun blik bang naar de uitgangen. Verschuwd door hun onrust blijft hij staan achter een pijler, en de armen gezonken, ziet hij naar 't hoogaltaar. Daar zijn in den luister van kaarsen en doorgloorde wierookwolken, in den glans van het goud en wit hunner dalmatieken en superplies, priesters en acolieten geschaard om den bisschop heen, die midden voor het tabernakel, zich met geheven handen naar het volk keert met zijn P a x v o b i S.

Is 't niet als een welkomstgroet van de Kerk aan hém? Langzaam wordt hij rustiger na z'n eerste verbijstering. Hij waande immers de kathedraal leeg en stil te vinden. Na de overgave van 't commando aan zijn oudsten hopman is hij, door de verlaten straten, hierheen gekomen, gejaagd alsof hij achterhaald zou worden door den troep, dien hij in rotten

Sluiten