Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door zuider ruiten valt de nabloei van de zon,

Maar noorder venster wint zijn licht uit koeler bron.

En reeds rumoert het huis van komen en van gaan;

Een wijl nog en de kring van iedren dag zit aan.

En toch — mijn hart is ver ■— drong er geen vreemdling in?

Ik tel... en vind géén plaats te veel en géén te min.

Sluiten