Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NA DEN STORM

De harp der winden weeklaagt in de nacht Na een verstormden dag vol zoele buien. Het blauwe weerlicht flakkert vaag, en zacht ■ Gedonder rolt als wagens langs het zuien.

De zee is hoog, de zwarte golven kruien Tegen het schip, dat stampend in de macht Der waatren machtig is en in het bruien Van storm en regen borg blijft voor zijn vracht.

Ging ik te ver van huis ? Hebben de golven Tusschen mijn land en mij, bij ieder uur Niet al te wijd den afstand uitgemeten ?

Ja, 'k ben als één, die achtervolgd door wolven, Hun alles toewerpt, rekkend zoo den duur, Dat zij zijn lijf niet sloopen door hun beten.

Sluiten