Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET WONDER

Gij stondt zoo angstig naar mijn hart gebukt; Ik zag de tranen, die uw moed verkropte, Want nauwlijks wist gij of dat hart nog klopte. Toen hebt ge uw mond op mijnen mond gedrukt

Maar toen de hoop weer naast uw angst ontknopte Is er een glimlach aan uw mond gelukt. En 'k heb die bleeke zomerroos geplukt Waarvan de dauw op mijne lippen dropte.

Daarvan te droomen werd mijn kostbre taak. Waarvan ik dralend steeds het eind verschoof. Hetzij in sluimer of in langer waak.

Totdat ik eindlijk in de schemering,

O, als een wonder op mijn trouw geloof,

Weer uwe kus op mijne lippen ving.

Sluiten