Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VREDE

Begeer den rijkdom niet, maar vraag den goeden vrede, Hij is de schemering van den vermoeiden dag, Die naar de nacht reeds nijgt. Al rust ge nog beneden Reeds trilt een ander heil in uwen stillen lach.

Wat oogst uw overvloed ? Zie, reeds verlept het heden En wat uw gierig oog er aan verlokkends zag, Het schrompelt, nu gij 't plukt, tot smart van het verleden; Maar vredë is gelijk een zuivre vogelslag.

Hij zingt zijn morgenlied in uwen blanken bongerd, Hij tjuikt zijn avondlied waar uwe, rozen geuren En waar uw lelie bloeit —i geen bloesem is zoo kuisch —, Wat zal er dan voor leed nog aan uw hart gebeuren ?

Strooit kwistig dan uw graan dien vogel voor, die hongert, Dat hij zich veilig weet en nestelt bij uw huis.

Sluiten