Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NA DEN REGEN

Een paarlend lied in 't beven van het loover; Wat versche damp van pas gevallen regen; Wat vogelvreugd, wat bloemengeur en over Het ruischend woud komt mij de nachtwind tegen. -

In 't ritselend struweel wat rood, wat goud: Een boschhaan kraait en lokt de schuwe hennen En vliegt dan op in 't hoog en veilig hout, En kraait nog eens en kuischt zich pluim en pennen.

Maar aan de boschrand, waar bamboes kruiven, Blijft het nog lang van vogelvleugels nichten; Het is de zwerm van ■jonge groene duiven, Die straks nog eens ten hemel op zal vluchten.

Sluiten