Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het koor ~ zelfgenoegzaam dilettant met wel graag n beschermend-collegiaal air voor jonge musici — vond het noodig nog even 'n praatje te maken tegen Rumpke met de eigenlijke, verheimelijkte bedoeling 'n complimentje over z'n directie uit te lokken. Want hij vond, dat z'n zangers ter gelegenheid van het plechtig Lof buitengewoon gezongen hadden, dank zij z'n bezielende leiding.

,,'t Is goed geweest hè, vanavond ?" polste hij, terwijl hij, aangeleund tegen 'n pilaster van hef gebeeldhouwde orgel, z'n handen in de glacé handschoenen wrong.

Rumpke, in z'n spel gestoord, knikte even met het hoofd. „Ik geloof, dat er uitstekend gezongen is. Dat doen ze ons in de St. Jozefkerk niet na", glorifiëerde van Liemd geestdriftig, als om Rumpke mee te sleepen. Maar weinig enthousiast erkende de musicus: „Onze zwakke krachten in aanmerking genomen...." „En je „Ave Verum".... daar moet je toch wel tevreden over zijn. 'n Lieve compositie.... hoe dikwijls je die ook hoort, ze verveelt je nooit. En ik moet zeggen, onze menschen hebben jouw muziek met toewijding...."

In 'n geweldig forto versmoorde Rumpke het laatste gedeelte van van Liemd's ontboezeming en z'n eigen antwoord, 'n Weinig teleurgesteld blijkbaar borstelde de directeur met de mouw van z'n jas z'n hoed wat af, maakte 'n kort afscheidsgebaar en ging. Maar behoedzaam het smalle kronkeltrapje afdalend, moest hij toch even binnen 's monds foeteren over dat pedante, nooit tevreden heerschap van 'n Rumpke, die waarachtig pretenties had, of-ie

Palestrina zelf was. Natuurlijk, dat kwam er van

zoon beetje over het paard getild 'n jongen met wel

aanleg en 'n gunstig gezicht maar in ieder geval eeuwig

onverstandig om zoon kereltje, dat pas begint, te fêteeren. Hij zou er niet aan meedoen ze moesten toch nog maar

Sluiten