Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

even wachten met z'n nieuwe Mis in studie te nemen....

In 't kerkportaal beneden wachtte z'n vrouw.

„Beeldig gezongen, lieverd", verwelkomde ze hem met haar gretige bewondering. „En jouw solo.... je werd er koud onder".

Doch in de nu bijna geheel verlaten kerk waren de zangen van het orgel veranderd. In opstandige klankgolvingen en hijgende accoorden-reeksen bruisten als 'n strijdzang de tonen door de gewelven. En plotseling met 'n gillenden dissonant kwam het einde.

Siegfried trok met 'n ruk de handen van de toetsen, duwde de registers in; en 'n oogenblik, als uitgeput bleef hij nog op de orgelbank zitten, ineengedoken, z'n armen slap langs het lichaam vóór hij het klavier sloot en langzaam opstond.

Als de wilde klanken, die onder den druk van z'n vingers geboren waren, stormden z'n gedachten. Z'n bloed hamerde aan z'n slapen, klopte in z'n polsen en toen hij z'n armen uitstrekte om jas en hoed van den kapstok te nemen, bemerkte hij, hoe ze nog trilden van opwinding. Op 't koor was niemand meer en beneden knielde nog maar hier en daar, donker en kleintjes in de wijde leegte 'n enkele gestalte. Het voetgeschuifel was allang verstorven, maar nu klakte op het hardsteenen plaveisel de stevige stap van den koster, die de gaslichten uitdraaide. Telkens doofde 'n gouden lichtgloor, 'n groezelzwarte schemer klom, die den luister van het godshuis wegdoezelde en ten slotte verdronk in het wassend duister, waarin als 'n mystieke, bloedroode ster, 'nstil baken in den groeienden nacht, het godslampje z'n zachte schijnsel uitzond.

Siegfried toefde nog even bij de balustrade van het koor en het z'n blikken dwalen door de gapende ruimte rond hem. Maar hoe benauwend, eng omstolpend leken

Sluiten