Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Je heb me lang nalaten bidden, Sieg," zei ze schertsend, haar arm met innige vertrouwelijkheid onmiddellijk door den zijnen stekend. „Wat heb je lang nagespeeld".

„Te lang naar je zin ?" vroeg hij stroef, z'n ontevreden stemming nog geenszins gedoofd door haar hartelijk doen en opgewekten toon.

„O, nee, dat weet je wel. Als jij speelt, kan ik zoo heerlijk bidden voor ons geluk, liefste".

Ze drukte zich tegen hem aan en zwijgend strengelde hij z'n vingers door de hare om met 'n teedere streeling de liefkozing terug te geven. Doch het was 'n louter uiterlijk doen, hartelijke warmte was er niet in.

Zelfs ergerde hem even haar vroomheid en gemakkelijk bevredigde geluksverwachtingen. O, als met bidden alles te bereiken was, als je je verlangens niet hooger stelde dan 'n tamelijk gegoeden burgelijken welstand! Wat kon haar eenvoud begrijpen van zijn droomen? Eerzuchtig, zeker. Maar was hij niet jong en had men hem als musicus geen mooie toekomst voorspeld? Slappe tevredenheid zou misdaad zijn in zijn geval. En daarom, het moest buigen of bersten.... hoe eer hoe beter eigenlijk.

Zwijgzaam liep hij naast haar, terwijl ze opgewekt vertelde van haar indrukken gedurende het lof, van haar stichting door de plechtige ceremoniën, de feestpredicatie, den zang; maar ook moest ze met 'n zweem van ondeugenden spot vertellen van het dwaze, opzichtige costuum van de notarisvrouw, die naast haar in de bank had gezeten en van de aanstellerige manier, waarop meneer Kurvers in de processie geloopen had. Haar verhalen gingen als rakelings langs z'n bewustwording heen; af-en-toe zei hij maar 'ns iets, luk-raak om haar te toonen, dat hij luisterde en om z'n gebrek aan belangstelling te verbergen. Ze liepen door de avondstille straten van het stadje, langs

Sluiten