Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droomerige grachtjes met het oranje licht van spaarzame lantarens, die hunarmelijken gloor dreven inhet overmachtige nachtduister, en hun stappen klonken vreemd-eenzaam, bijna ontstellend-luid op en echoden naargeestig tegen de zwijgende huizen-gevels.

Het was hun gewone wandeling van de kerk naar 't huis van tante Cato, bij wie Mathilde, vroeg wees geworden reeds van kind af inwoonde. Ze meden er de drukke' woelige winkel- en binnenstadstraten door, die het volk lokten met haar licht en uitstallingen doch waar zij in het lawaaiige geroezemoes, 't gestoei en geherrie van fabrieksjongens en -meiden zich heimelijk onveilig voelden. Maar m de droomerige, vredige rust van de grachtjes en singels was t heerst slenter-wandelen, kondenze elkaar hun verlangen naar liefde en geluk toefluisteren en als kostbare, gekoesterde geheimen hun plannen voor de toekomst bespreken.

Uok nu begon met opgetogen ernst Mathilde daarover. Ze had, vertelde ze, dien middag met tante Cato'n heel lang gesprek er over gehad en ze waren 't er nu vrijwel over eens geworden, dat ze hun huwelijk maar niet lang meer moesten uitstellen. Van wat Sieg verdiende als organist van de ï>t. Janskerk, met z'n muzieklessen, en als directeur yan Folyhyminia, gevoegd bij de inkomsten van haar fortuintje, konden zij er toch waarlijk keurig komen, öieg moest den overdreven eisch,dien hij zich zelf stelde, laten vallen. Niemand immers verlangde van hem, dat ze met trouwen zouden wachten, totdat hij, onafhankelijk van wat zij bezat, 'n huishouden kon opzetten. Tante Cato niet en zij zelf aUenninst. Was niet alles wat ze bezat, zij zelf, het eigendom van haar heerlijken, lieven knappen man? Wezenlijk, 't was 'n verkeerde trots, die voor hem pleitte, maar die de vervulling van hun hartewensch tot hoelang nog uitstelde. Tante Cato was

Sluiten