Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van plan het hem vanavond ook nog 'ns te zeggen.

Zwijgend luisterde Siegfried naar haar eenigszins opgewonden rakend relaas. Z'n vingers gingen zacht-strelend over Mathildes kleine hand. maar geen woord van instemming vermocht hij over z'n verstroefde lippen te brengen. Integendeel groeide z'n innerlijke onrust en beklemdheid tot angst. Want hij besefte ontstellend-duidelijk: nu werd hij gesteld op den tweesprong. Thans moest het met z'n voor 'n ieder verzwegen revolteeren uit zijn, moest hij zich bevrijden door 'n daad, ofwel: hij moest het leven aanvaarden, zoo als dat op het oogenblik voor hem leek beschikt, 'n Leven van leugen en zelf-vernedering en onvoldaanheid. Want hij kon 't voor zich zelf niet meer verbergen: hij had Thilde niet zóó lief, dat hij z'n toekomst als kunstenaar voor haar ten offer wilde brengen en hij voelde zich te zeer begenadigd om tevreden te willen zijn met plaatselijken kunstenaarsroem. En toch, het was dwaas zich andere illusies te maken — hij zou dit moeten, wanneer hij Thilde trouwde, nu reeds. Hij had immers onder z'n kennissen voorbeelden te over. Hoeveel talentvollen was 't zoo gegaan! Met het huwelijk kwamen de zorgen, het zwoegen voor 'n fatsoenlijk bestaantje. En onder het geestdoodende lesgeven ging hun werk- en scheppingskracht ten gronde. Na 'n paar jaar was hun eerzucht gesloopt, berustten ze er in, dat ze 't niet verder hadden gebracht dan tot eerzaam muziekonderwijzer en braaf huisvader. Was 't 'n fout, dat hij voelde nooit, nooit daarin te kunnen berusten, dat hij zich geroepen achtte tot hooger, bereid was om alles, ontbering, miskenning, armoe desnoods te dragen om dat hoogere te bereiken, het moeilijke, klimmende pad verkoos boven den gemakkelijken effen weg, die immers, onmerkbaar misschien, daalde naar minderwaardige laagten? Doch in den strijd om erkenning

Sluiten