Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem naar de café's. Maar jij, als wij getrouwd zijn "

„Dat zal waarschijnlijk als eenig verschil geven, dat ik niet naar de soos loop. Maar als artist, als musicus wórd ik hier, in dit nest, wat Hop geworden is. Dat voel ik nu al aankomen. Dat les geven vind ik al iets verschrikkelijks, groote hemel!... Natuurlijk zal ik 't blijven doen als 'n noodzakelijk kwaad. Maar als ik daarnaast maar werk had, waaraan ik me met hart en ziel geven kon." „Je heb het zangkoor."

„Van de kerk?" Hij snoof minachtend door z'n neus. „Daar is niets van te maken, dank zij de eigenwijze, onmusicale opvattingen van van Liemd. Dilettantengedoe."

„En Polyhymnia."

„Allemaal klein-steedsch gepruts", barschte hij.,, Alles is hier even bekrompen. Je moet duizende kleine belangetjes ontzien en ijdelheidjes naar de oogen kijken. Niemand heeft er geld voor over om me 'ns in de gelegenheid te stellen iets goeds voor de dag te brengen, 't Blijven altijd kleine koorwerkjes; en vergeet as-je-blieft de plaatselijke beroemdheden niet, als je solisten noodig hebt.... Bah, ik krijg soms 't gevoel in al die kleinheid te zullen stikken."

Er viel 'n oogenblik van onthutste stilte. Ze hadden het huis van tante Cato bereikt, maar beiden beseften, dat ze er niet binnen konden gaan, vóór ze met elkaar tot klaarheid waren gekomen. Ze wandelden verder, langzaam, met loodzware beenen.

„Wat zou je dan willen?" vroeg eindelijk het meisje en in haar toon klonk reeds de berusting in wat komen zou.

't Gaf Siegfried den moed om verder te gaan, dan hij zich eerst had voorgenomen.

„Wat ik zou willen?" herhaalde hij geestdriftig. „Ik zou hier vandaan willen. Ek zou desnoods van onder af

Sluiten