Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet alvast als blijk van haar ontstemming met het theedrinken zou beginnen.

Doch daar galmde, plots opschrikkend het wachtendstille huis, de zware belklank door de gang. Het was het eigenaardige rukje van Thilde aan de schel, dat tante Cato zoo goed kende. En nu ging het geritsel van Betje's gesteven japon langs de kamerdeur, knerpte de zware voordeur op de stroeve hengsels open. Van druk pratende, montere stemmen, stond op eens de vestibule vol.

Dus toch geen zwarigheid, schoof de vagezorg-gedachte van tante's gemijmer af, en ze voelde zich verlicht schoon nog altijd eenigszins ontstemd over het wachten. Maar toen ze Thilde en Siegfried zag binnentreden, verdween haar gerustheid onmiddelijk weer.

Thilde zag bleek en er liep 'n ernstige trek van den fïjngevormden neus naar de hoeken van den smallen mond. En ook het gezicht van Siegfried was niet in overeenstemming met z'n praten en doen: te opgewonden druk was het om echt te kunnen zijn. Er was dus iets wat beiden nog verborgen en direct zocht tante Cato verband met wat ze dien middag met Thilde besproken had. Het irriteerde haar en ze deed geen moeite het te verbergen. Van 'n diplomate had ze niets, tante Cato.

„Nou jullie zijn allemachies laat kinderen", verwelkomde ze op 'n prutteltoontje, terwijl ze met-een met nijdige mepjes suiker lepelde in de wachtende kopjes.

„Sieg heeft zoo lang na-gespeeld en we hebben langzaam geloopen. 't Is bizonder zacht weer van avond", verklaarde Thilde, haar gewone plaats aan de ronde tafel innemend.

„Ja, bizonder zacht weer", beaamde Siegfried, „buitengewoon voor de tijd van het jaar". En wijdloopig begon hij beschouwingen over het weer.

Hem z'n kopje thee reikend, keek tante Cato met

Sluiten