Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze begreep het echter onmiddelijk uit z'n geprikkelde stemming en kalmeerend wou ze over iets anders beginnen om hem te ontzien; doch tante Cato was haar vóór.

„Nou, je ben nog al kras in je oordeel", begon ze met zoetsappige afkeuring in haar toon van zeggen, ,,'n jongmensen, die z'n carrière nog maken moet, mag, dunkt me, wel 'n beetje op z'n woorden letten hè, vin je zelf niet?"

'n Hoogrood, toornig kleurtje koortste op tante's tanige wangen en 't kopje, dat ze opnam om er 'n teug uit te nemen, trilde even in haar vingers.

Siegfried kende deze uiterlijke teekenen van innerlijke ontstemming en onder gewone omstandigheden liet hij er zich door waarschuwen. Meegaand terwille van Thilde, had hij nog steeds conflicten tusschen tante Cato en hem weten te vermijden. Nu dacht hij aan geen wijken.

„Zoo-zoo lieve tante", zei hij sarcastisch „is dat zoo uw opinie: 'n jong-mensch mag z'n meening niet uitspreken, ook al heeft hij 't grootste gelijk van de wereld."

„Ik vind het voorzichtiger in ieder geval om je opinie..." begon tante nadrukkelijk te preciseeren. Doch hij het haar niet uitspreken.

„Juist voorzichtiger", giftigde hij. „Maar ik word wee van al die voorzichtigheid, van die beroerde kleinsteedsche oogendienerij. Dat ik meneer Die moet vleien, omdat z'n dochters bij me les nemen en dat ik meneer Zus moet naloopen om 'n baantje aan de muziekschool te krijgen en dat ik m'n mond moet houen om de enkele honderde guldens, die ik als organist verdien.... dat gaat me tot hier zitten, begrijp u, tot hier !"

Hij maakte 'n bruusk gebaar en wierp zich weer achterover in z'n stoel, strak de oude vrouw fixeerend als moest hij enkel met haar zijn moeilijkheden uitvéchten.

Thilde was bleek geworden, diep boog zich haar hoofd

Sluiten