Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den schakelketting snoerde» nerveus trommelend op de breede armleuning. Alle uitnoodigingen om 'n partijtje mee te maken, sloeg hij af. En zoo bleven ze nog maar met enkelen aan de kletstafel. Doch van Rode wendde die weinigen vrijwel den rug toe om zich voornamelijk te onderhouden met Siegfried. En diep innerlijk voelde deze zich toch wel gestreeld met van Rodes onderscheiding, die, begreep hij, voornamelijk den musicus in hem gold. Want van Rode praatte vol waardeering over het concert van Polyhymnia en de compositie van Siegfried, het onderhoud stemmend op 'n vertrouwèlijken, kameraadschappelijken toon.

„En.... voel jij je hier nog al op je gemak?" vroeg hij eindelijk.

Siegfried moest hem even verbaasd aankijken, als had de ander hem onmiddellijk doorzien en z'n geheimste gedachten begrepen. Met 'n onverschillig rukje, zich groot houdend, haalde hij de schouders op.

„Ik heb bier wat je noemt m'n dagelijksch brood."

„Nou ja", schamperde van Rode met 'n minachtend gebaar de asch van z'n sigaret afkloppend, „maar dat is dan toch ook al mee het minste, waarop 'n artist van jouw kaliber recht heeft. Jij met jouw capaciteiten kan toch beter krijgen".

„Zeker, als je 'n gebofte kerel ben. Maar anders gaat dat zoo makkelijk niet. Er is zoo enorm veel concurrentie. En als je pas begint, ben je al blij, als je het zekere voor het onzekere kan nemen."

„O, zoo, ben jij zoo'n secuur broekie", lachte van Rode hem met half-dicht genepen oogen aankijkend. „Kijk kijk.... Nou ja, 'n brave, secure Hollander, dat spreekt". Doch op-eens zich bezinnend: „Dat is waar ook, je bent verloofd hè? Tja, dat scheelt natuurlijk alles".

Sluiten