Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben ik ook wel wat wijzer geworden. Het geluiwammes is althans uit. Ik heb de laatste jaren in München gewoond en daar heb ik m'n schrijverstalent ontdekt. Onder pseudo heb ik 'n paar novellen geschreven, die 'n goeie pers hebben gehad. En nu ben ik aan 'n omvangrijke roman bezig. Ik schrijf in 't Duitsch, weet je, want in ons lieve landje met z'n klein taalgebied heeft 'n schrijver geen bestaan. En dan: 't is allemaal zoo klein en zoo benepen .... O, heel lief, hoor. 't Doet me wezenlijk prettig aan, om 't af en toe 'ns weer te zien. M'n geboortestadje trekt me altijd nog, ik vind 't altijd opnieuw heel schilderachtig. Maar nou ja, op de duur.... Enfin, als jij hier aarden kunt, was je wel gek als je 't elders zocht. Alleen, voor iemand met aspiraties is 't hier doodend, dat is mijn opinie. Mag ik je wat offreeren Rumpke ?" vroeg hij, na z'n uiteenzetting op-eens van toon veranderend.

„Dank je", zei Siegfried. ,,'t Wordt zoo zoetjes aan m'n tijd om op te stappen." Hij verlangde inderdaad naar eenzaamheid om den indruk van dit onderhoud voor zich rustig te kunnen overdenken.

„Ga je nou al ?" verbaasde zich de ander met blijkbaren spijt. „Blijf nog wat, kerel."

„Morgen drukke dag", motiveerde Siegfried z'n heengaan. „Hoogmis, vesper en lof."

„Des Guten zu viel", spotte van Rode. „Je hou me ten goede, mij zal je er ten minste niet zien."

„Natuurlijk niet, jij ben 'n klant voor 'n stil Misje en dan nog liefst zonder preek, hè."

„Ook dat niet. Die tijd ligt ook al lang achter me. Neem me niet kwalijk, maar godsdienst is voor mij 'n overwonnen standpunt."

„Zoo!?" Siegfrieds gezicht verstrakte van plots in hem groeienden weerzin.

Sluiten