Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik overdrijf niet en ik draaf niet door. Ik heb achter de schermen gekeken, dat verzeker ik je. Ik ken de trucs en de handigheidjes en 't gekonkel om er te komen. In de artisten wereld is 't waarachtig niet zooveel anders dan in de handelswereld. Concurrentie en nijd is overal te vinden en overal precies 't zelfde .... Maar daar wou ik 't eigenlijk niet over hebben. We hadden 't over de kunst je zelf te pousseeren, nietwaar? Nou, als jij de weg volgen wil, die ik je wijzen zal en je heb 'n beetje veine, dan kan je fortuin maken. Maar je moet beginnen met de ideeën uit je hoofd te zetten, die elk jong artist er op na schijnt te moeten houden, dat je geboren bent met de vonk van 't genie, dat je ééns de wereld zult verbazen door groote dingen. Genieën zijn zeldzaam, amice, nog veel zeldzamer dan we plegen aan te nemen. Laten we daarom voor alles eerlijk tegenover ons zelf zijn. Wij zijn talentjes. De muziek, die ik van je ken is.... allerliefst, allercharmantst. En juist omdat jij de gave heb om muziek te schrijven, die charmeert maar tot de Groote Kunst, allebei met 'n hoofdletter, groote en kunst, staat als 'n Louis Quinze-boudoir meubeltje tot 'n Romaansche Kerk, daarom geef ik je 'n gemoedelijke vriendenraad: werp je op 't lichte, charmeerende genie."

In Siegfrieds gezicht was 'n pijnlijke trek gekomen. Van Rode, met z'n kalme overtuiging, z'n autoriteit van Lebemann, die veel gezien en veel ondervonden heeft, ontbladerde met wreed-tastende vingers de bloeiende illusies, die Siegfried van z'n kunstenaarschap zich zoo gretig fantaseerde, 'n Geroepene te zijn, één van de eersten onder z'n tijdgenooten, hoe had z'n enthousiaste jeugd dit van zich zelf willen gelooven! Het leven en de teleurstellingen van den laatsten tijd hadden die stellige

Sluiten