Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekerheid geknakt, moedeloozen twijfel doen rijzen, maar het geloof was niet gedood, dat onder gunstiger omstandigheden z'n talenten zich zouden kunnen ontplooien tot geniale daden .... En nu kwam daar iemand met het kalmste gezicht van de wereld zeggen, dat hij maar 'n talentje was, iemand, die charmante muziek componeerde nu ja, maar overigens.... Hij voelde zich bleek worden, hij had op willen springen om woedend van Rode af te vragen, welk recht hij had om dat te zeggen, of van Rode's musicaliteit zoo ver ging, dat hij zich op kon werpen tot criticus van zijn werk. Maar vóór dat hij zich uiten kon, leek van Rode z'n gedachten reeds te hebben geraden. Milder, met iets vaderlijks vervolgde hij:

„Nou ja, ik begrijp heel goed, wat ik daar allemaal beweerd heb, vin je allemachtig onaangenaam. Natuurlijk ben jij óók 'n god in 't diepst van je gedachten. Daar beginnen wij, artisten, allemaal mee. Maar we staan voor de noodzakelijkheid om ook de wereld ervan te overtuigen, dat wij 't goddelijke in ons hebben. En dan komt de val, bij de meesten althans. We grijpen te hoog en tasten mis. Dan komt de neuswijze critiek en maakt je af. De ellende, die we ons op die manier op de hals halen, is niet te overzien. Heusch voor 't martelaarschap zijn maar weinig menschen in de wieg gelegd en ik voor mij vind het glad-af 'n dwaasheid. We leven maar eens en daarom, geniet wat je genieten kunt. Profiteer van de gaven, die je bij je geboorte mee gekregen heb en zeur niet over roeping en levenstaak en al dat fraais meer. Au fond zijn we allemaal materialisten, we prefereeren allemaal 'n goed diner boven 'n boterham met margarine en 'n villa boven 'n zolderkamer en de enthousiast, die iets anders beweert, houdt in 't beste geval zich zelf voor

Sluiten