Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schitterende zaal, ontstond *n heidensch gebrul op-eens, 'n gierende hoonlach uit duizenden keelen. pn^ omziende, ontwaardde hij toen, hoog op de galerij Thilde, door woeste kerels en furiën van wijven aangegrepen en voortgesleurd over stoelen en banken. En daar, o Ood, tilden met bloed bevlekte handen haar op, hieven haar boven de balustrade.... *n oogenblik leek Thilde te zweven boven de afgrondelijke diepte.... daar heten ze haar los. De dreun van haar val schokte door zn hoofd, trüde door z'n bezwijmend lijf. . .. En met een noodkreet werd hij wakker, badend in klam angstzweet, 'n Bleeke ochtend vaal-lichtte door het venster en de kleine slaapkamer stond vol droefgeestige grijsheid.

Bevend rees hij overeind, staarde verwezen in den nieuwen dag. Hij was nu van z'n gruwelijke nachtmerrie bevrijd, maar 'n drukkende melancholie schoof over zn verhelderde gedachten. Het was, of de droom nvreeselijke waarschuwing inhield, niet verder te gaan met

VaZ'n ^rmen om de opgetrokken knieën geklemd bleef hij in bed ineengedoken zitten en trachtte koel beredeneerendnate gaan, in hoeverre onhed hem dwfl«k«' wanneer hij doorzette, onheil en niet enkel moewjkheden. Want voor moeilijkheden m dat was hij nu al vast besloten - zou hij niet uit den weg gaan. Conmcten kwamen er natuurlik met Thilde en tante Cato Die zouden geweldig gechoqueerd zijn door z n loszinnigheid, in Roomsche kringen zou men 't hem kwahjk nemen, da hij gewerkt had voor 't zedeloos tooneel. Nou ja, da moest dan maar, dan was hij in hun oogen maar n groot zondaar, hij kon zich waarachtig aan al dxe P^utschheid niet storen. Dit was n kans en, voor den duivel, hij zou die niet laten glippen.

Sluiten